Bezienswaardigheden Parijs

| De beste bezienswaardigheden in Parijs die je niet mag missen

Elise Marchand Elise Marchand
· · 8 min leestijd

Parijs is een van die steden die je minstens één keer in je leven moet zien. Niet omdat het een checklist-item is, maar omdat de stad gewoon iets heeft dat je raakt. De combinatie van geschiedenis, kunst, eten en die typische Franse nonchalance maakt het bijzonder.

Inhoudsopgave
  1. De iconen: de plekken die je kent voordat je ze ziet
  2. Le Marais: de waar Parijs zichzelf is
  3. Kunst naast de Louvre
  4. Groen in de stad: de tuinen van Parijs
  5. Eten in Parijs: niet alleen voor foodies

Maar laten we eerlijk zijn: met zoveel te zien en doen, kun je makkelijk dagen kwijt zijn aan dingen die eigenlijk niet zo interessant zijn.

Daarom hier — de plekken die écht de moeite waar zijn.

De iconen: de plekken die je kent voordat je ze ziet

Je kunt niet naar Parijs gaan en de Eiffeltoren overslaan. Dat is gewoon niet anders.

Maar wat me altijd opvalt is hoe anders je de toren ervaart op afstand versus dichtbij. Vanuit de Trocadéro zie je het klassieke beeld — perfect, symmetrisch, bijna te mooi om echt te zijn. Maar als je eronder staat en omhoogkijkt, voel je pas echt hoe groot dat ding is.

330 meter hoog, gebouwd voor een wereldtentoonstelling in 1889, en eigenlijk maar twintig jaar mogen bestaan.

Gelukkig bleef hij er — en goed ook. Tickets kun je het beste online kopen. De wachtrijen in de zomer zijn legendarisch, en niet op een goede manier. De trap kost €17,10, de lift naar het tweede niveau €18,10, en naar de top €28,30.

De Louvre

De avonduren zijn het mooist — de toren schittert dan met tienduizende lampen. Eerlijk gezegd is dat moment waarop je begrijpt waarom mensen verliefd worden in deze stad.

De Louvre is enorm. Letterlijk. Je kunt er drie dagen doorbrengen en nog steeds niet alles gezien hebben. Het voelt soms meer als een kleine stad dan een museum.

De Mona Lisa hangt er nog steeds, omringd door een menigte mensen die allemaal dezelfde selfie proberen te maken.

Maar als je even doorloopt, vind je stille hoeken met kunstwerken die minstens zo indrukwekkend zijn. De Venus van Milo, de Nike van Samothrace, de schilderijen van Delacroix — het museum is een reis door de hele westerse geschiedenis. Reken op minstens drie tot vier uur, en plan niet te veel anders voor die dag.

Notre-Dame

De toegang kost €17, en ook hier geldt: boek online. Wat ik zelf altijd doe is kiezen voor een thema — bijvoorbeeld alleen Egyptische oudheid of alleen Italiaanse renaissance.

Dan voelt het minder als een marathon en meer als een verhaal. De brand in 2019 was een van die momenten waarop de hele wereld even stilstond.

De kathedraal is meer dan 850 jaar oord en staat letterlijk in het hart van Parijs — op Île de la Cité, het punt waar de stad ooit begon. Op het moment van schrijven is de restauratie nog bezig, en de opening wordt verwacht rond 2024, net voor de Olympische Spelen. Maar ook zonder toegang naar binnen is het de moeite waard om erheen te gaan.

De buitenkant is adembenemend, en het plein ervan de Place Jean-Paul II — biedt een rustig moment midden in de drukte.

Ik vind het trouwens bijzonder hoe een gebouw dat zo oud is, nog steeds zo veel emotie kan oproepen. Dat zegt iets over Parijs, denk ik.

Le Marais: de waar Parijs zichzelf is

Als je één wijk moet kiezen om te voelen hoe Parijs echt is, kies dan Le Marais. Het is een van de oudste wijken van de stad, met smalle straatjes, middeleeuwse gebouwen en een sfeer die zowel historisch als hip is.

Ooit was het het centrum van de joodse gemeenschap, nu is het vol galeries, boetieks en kleine restaurants waar je uitzonderlijk goed kunt eten. De Place des Vosges is het hart van de wijk — het oudste geplande plein van Parijs, omringd door rode bakstenen huizen die er bijna precies zo uitzien als driehonderd jaar geleden. En het Musée Carnavalet, over de Franse Revolutie, is gratis één van de meest fascinerende musea van de stad.

Wat me altijd opvalt in Le Marais is hoe je na elke hoek weer iets nieuws tegenkomt.

Het is een wijk om in te verdwalen, letterlijk.

Kunst naast de Louvre

De Louvre is groot, maar Parijs heeft veel meer te bieden als het om kunst gaat.

Musée d'Orsay

En soms zijn de kleinere musea juist de plekken waar je het meest wordt verrast. Dit is misschien wel mijn favoriete museum van Parijs.

Het Musée d'Orsay zit in een oud treinstation — een prachtig Beaux-Arts gebouw met een enorm glazen dak dat het licht binnenlaat. En wat voor licht. De collectie is gewijd aan de impressionisten en post-impressionisten: Monet, Renoir, Degas, Van Gogh, Cézanne. Je staat er letterlijk centimeters van schilderijen die je kent uit boeken en posters, en ze zijn anders in het echt. Groter, levendiger, intenser.

Centre Pompidou

De toegang kost €16, en het museum is veel kleiner dan de Louvre — je kunt het in twee tot drie uur goed dooren.

Er zitten regelmatig tentoonstellingen bij, dus het is de moeite waard om even te kijken op de website van het museum voordat je gaat. Het Centre Pompidou met zijn moderne kunst is het tegenovergestelde van de Louvre, en dat maakt het zo leuk. Het gebouw ziet eruit als een binnenkant die per buitenkant is gezet — alle leidingen, liften en constructie zijn zichtbaar, in felle kleuren.

Binnen vind je moderne en hedendaagse kunst: Picasso, Matisse, Warhol, Dalí. De collectie is sterk, maar eigenlijk is het gebouw zelf al een kunstwerk.

En dan het dakterras. Vanaf daar heb je een van de mooiste uitzichten over Parijs — zonder dat je daarvoor in de rij hoeft te staan.

Opéra Garnier

De toegang tot het museum kost €15, en het terras is gratis toegankelijk als je een museumticket hebt. Het Opéra Garnier is overdreven op de beste manier. Goud, marmer, kroonluchters, een plafond geschilderd door Chagall — het is een theater dat zichzelf serieus neemt, en dat werkt.

Je kunt er voorstellingen bezoeken, maar zelfs zonder opera of ballet is een rondleiding de moeite waard. De toegang kost €14, en je loopt door zalen die eruitzien alsof ze uit een film komen.

Groen in de stad: de tuinen van Parijs

Parijs is een stenen stad, maar de prachtige Parijse parken en tuinen breken die hardheid op een manier die verrassend rustgevend is. En het mooie is: ze zijn allemaal gratis.

Jardin du Luxembourg

De Jardin du Luxembourg is de tuin waar Parijs zichzelf ontspannen. Er liggen mensen op de groene stoelen — die iconische metalen stoelen die je overal in de stad ziet — te lezen, te lunchen of gewoon te kijken.

Jardin des Tuileries

Er is een grote fontein, een kleine boerderij voor kinderen, en een schildergalerie. Het is de plek waar je een uurtje verliest zonder het door te hebben. De Tuileries liggen tussen de Place de la Concorde en de Louvre, en vormen een soort groene rode loper door het centrum.

Parc de la Villette

Het is een formele tuin — symmetrisch, netjes, met fonteinen en beelden. Ideaal voor een wandeling na een museumbezoek, of gewoon om op een bankje te zitten en de stad te observeren.

Dit park is anders dan de rest. Het is groot, modern, en vol activiteiten — een openluchtbioscoop, concertpodia, en het enorme wetenschapsmuseum Cité des Sciences et de l'Industrie. Het is vooral leuk met kinderen, maar ook zonder is het een interessante plek. Het park voelt minder Parijs en meer toekomst, en dat contrast is precies wat het interessant maakt.

Eten in Parijs: niet alleen voor foodies

Laten we het hebben over eten, want Parijs is op z'n minst half zo sterk aan tafel als in de musea. Je hoeft geen Michelin-sterrenrestaurant te bezoeken om goed te eten — de beste maaltijden die ik in Parijs heb gehad waren in kleine bistro's waar niemand Engels sprak en de kaart op Frans was.

Croissants die smelten op je tong, macarons in kleuren die te mooi lijken om op te eten, crêpes op een hoek van de straat, en een goede steak frites met een glas rode wijn — dat is Parijs op een bord.

De Marché des Enfants Rouges, de oudste overdekte markt van de stad, is een fantastische plek om te lunchen. Je vind er alles: vers brood, kaas, Marokkaanse tagines, Japanse gerechten. Budgettechnisch: reken op €20 tot €50 per persoon voor lunch, en €40 tot €80 voor diner.

Een koffie kost €3 tot €5, een biertje €5 tot €8. Parijs is niet goedkoop, maar als je weet waar je zoekt, kun je ook gewoon lekker eten zonder een fortuin uit te geven. Wat ik zelf altijd doe is één goed restaurant per reis plannen — een avond waar ik niet op prijs let — en de rest van de tijd gewoon intuïtief eten. Vaak zijn die spontane avonden de beste.

Parijs is een stad die je nooit helemaal kent. Gebruik onze handige bezienswaardigheden checklist voor Parijs, zodat je tijdens je verblijf niets mist van wat deze stad te bieden heeft.

Maar als je deze plekken ziet, heb je een basis die je laat voelen wat deze stad echt is. Niet perfect, niet altijd makkelijk, maar ongelooflijk levendig. En dat is waar het om gaat.


Elise Marchand
Elise Marchand
Reisjournalist en verblijfspecialist

Elise reist al jaren tussen Nederland en Parijs en bezoekt regelmatig nieuwe hotels om ze te vergelijken. Ze beschrijft wat werkt voor een weekendje weg, niet wat in een brochure staat.

✓ Geverifieerd auteur ✓ Hotels in Parijs vergelijken
Elise Marchand
Elise Marchand
Reisjournalist en verblijfspecialist

Elise reist al jaren tussen Nederland en Parijs en bezoekt regelmatig nieuwe hotels om ze te vergelijken. Ze beschrijft wat werkt voor een weekendje weg, niet wat in een brochure staat.

Meer over Bezienswaardigheden Parijs

Bekijk alle 24 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
| Eiffeltoren versus Arc de Triomphe: welk uitzichtpunt is het beste
Lees verder →