Je hebt vier of vijf dagen voor Parijs. Dat is genoeg om de stad echt te voelen, zonder dat alles een race wordt. Maar het betekent ook: je moet slimmer plannen dan iemand die maar twee dagen blijft. Hier is wat ik zelf heb geleerd — en wat ik anders zou doen.
▶Inhoudsopgave
Dag 1: De grote klassieken, maar dan slim
Begin met de Eiffeltoren, natuurlijk. Maar boek je tickets via de officiële site van de Eiffeltoren zelf — niet via derden, want die zijn vaak duurder en soms niet eens geldig.
Ga 's ochtends vroeg, rond acht uur, dan heb je nog relatief rust.
Wat me opvalt is dat veel mensen de Seine-boot direct na de Eiffeltoren pakken. Dat is prima, maar ik zou eerder doorlopen naar het Trocadéro voor de foto, en dan pas de boot nemen. Die boottocht via Bateaux Mouches of Vedettes de Paris is leuk, maar eerlijk gezegd: je ziet meer als je gewoon loopt.
De bruggen zijn mooier vanaf de kant. Daarna: het Louvre.
Ja, iedereen gaat naar de Mona Lisa. Maar het Louvre is zo groot dat je makkelijk een hele dag kwijt bent. Mijn advies: kies vooraf wat je wilt zien. De website van het Louvre heeft routes van drie uur — gebruik die. En ga niet op zondag, maar op woensdag of vrijdag, dan is het rustiger.
Dag 2: Montmartre en de buitenwijken
Montmartre is toeristisch, ja. Maar er zit iets aan de Sacré-Cœur dat je niet kunt negeren. Ga 's ochtends vroeg, loop door de smalle straten, en stop bij een klein café waar geen menukaart in het Engels staat.
Dat zijn de beste. Daarna neem je de metro naar Père Lachaise.
Het kerkhof klinkt saai, maar het is eigenlijk een van de mooiste plekken in Parijs. Jim Morrison, Oscar Wilde, Édith Piaf — ze liggen er allemaal.
Neem een plattegrond mee, want je raakt snel de weg kwijt. Avondeten in de 11e arrondissement. Rue Oberkampf heeft leuke plekken, minder toeristisch dan de rest. Probeer Le Servan of Chez Aline — geen klassiek Frans restaurant, maar echt Parijs zoals het nu is.
Dag 3: Musea en verborgen hoeken
Orsay is mijn persoonlijke favoriet. Het is kleiner dan de Louvre, meer overzichtelijk, en de collectie impressionisten is gewoon beter. Renoir, Monet, Van Gogh — het voelt alsof je erin loopt. Boek weer tickets vooraf.
Wat ik trouwens altijd raad: de Marais. Het is een wijk, geen museum, maar je kunt er de hele dag rondlopen. Straatkunst, vintage winkels, de Place des Vosges — de oudste plein van Parijs. En als je honger hebt, ga dan naar L'As du Fallafel. De rij is lang, maar het is het wachten waard.
Avond: wandel langs de Seine. Niet als toerist, maar gewoon als iemand die even stilstaat. Pak een wijntas bij een winkel, ga zitten op een bankje bij Pont des Arts. Dat is Parijs op zijn best.
Dag 4: Versailles of Giverny?
Versailles is spectaculair, maar het is een hele dag reizen. De RER C brengt je er in een uur, maar de wachtrijen zijn lang.
Boek tickets via het officiële site van het Château de Versailles, en ga op een doinsdag — dan is het rustiger. Giverny is kleiner, rustiger, en als je van Monet houdt, is het een must. De tuinen zijn in de zomer prachtig.
Maar het is verder van Parijs, dus je moet echt een hele dag reserveren.
Eerlijk gezegd, als je kiest, kies dan Versailles. Het is groter, indrukwekkender, en je kunt er de hele dag doorlopen zonder het saai te worden. Maar als je meer van sfeer houdt dan van grandeur, ga naar Giverny.
Dag 5: Afscheid nemen
Laatste dag. Geen museum meer. Wandel door Saint-Germain-des-Prés, koop boeken bij Shakespeare and Company, drink koffie bij Café de Flore.
Het is toeristisch, ja, maar het is ook echt Parijs. En als je nog energie hebt: de Catacombes.
Het is een beetje griezelig, maar uniek. Je loopt door onderaardse tunnels met de botten van zes miljoen mensen. Het is geen typische Parijs-ervaring, maar het is een die je niet snel vergeet.
Laatste avond: ga naar een klein restaurant in de 5e of 6e arrondissement. Niet het duurste, niet het beroemdste. Gewoon een plek waar de wijn goed is en de gastheer je verwelkomt alsof je een vriend bent. Dat is het echte Parijs.
Een paar praktische tips
De metro is je vriend. Koop een carnet van tien tickets of een Navigo-kaart als je langer blijft.
En loop zoveel mogelijk — Parijs is een stad die je te voet het beste leert kennen. Wat me opvalt is dat veel mensen te veel willen zien. Volg je liever een Parijs in drie dagen: het meest complete programma voor toeristen? Dat kan, maar je hoeft niet alles te doen.
Soms is het beter om een uur langer te blijven in een klein café dan om nog een museum binnen te lopen.
En als je één ding meeneemt: Parijs is niet perfect. Het is druk, soms vies, en de service kan bot zijn. Maar als je even stilstaat, even kijkt, even voelt — dan begrijp je waarom mensen er altijd terugkeren, zeker als je Parijs in twee dagen ontdekt.